
Er kwam een Roerdomp aangevlogen,
met zijn veren glanzend omhoog gebogen.
Hij zocht geen riet, geen sloot of plas,
maar een verborgen straatje, waar er gezelligheid was.
Hij landde zacht op nummer achttien,
waar een voetballende jongen hem als eerste heeft gezien.
“Wat doe jij hier, rare vogelvent?”
“Ik kom hier wonen,” zei hij, heel content.
“Maar de huizen hier zijn gehorig, krom, scheef en breed,
geen enkel dak dat netjes op z’n plekje meet.”
De Roerdomp knikte: “Dat past bij mij,
ik ben ook niet van strak en netjes, dit maakt mij blij.”
Een buurmeisje zingt luid in een bakfiets haar vrolijke lied,
terwijl haar broertje de nieuwkomer met een feesthoed op ziet.
Plots fietst razendsnel een jongvolwassene voorbij,
en roept: ‘Wat kijk je, die rare Roerdomp hoort echt niet bij mij!’
Een Frans kaasje blaft luid naar die rare vogel in de straat,
en hoopt dat deze terug fluit en tegen haar praat.
Maar een enorm poezebeest staat ineens op de weg,
en miauwt: “Ik ben hier de baas, je doet wat ik zeg!”
“Pas op diertjes”, voor twee rollators in een boodschappenstoet,
met koekjes, koffie en een hondje die iedereen begroet.
De buurvrouw vertelt over het grote feest,
dan komt de hele straat bijeen — ook dat nieuwe gekke beest!
Een buurjongetje danst blij en de andere kinderen doen mee,
de ouders kletsen voor hun huis met een lekker kopje thee,
De Roerdomp kijkt toe, met een knipoog en lach,
en oefent ook zijn dansje voor de straatfeestdag.
En als je goed kijkt, zie je hem daar staan,
hij woont op nummer vijftien heel voldaan.
Met een denkbeeldige feestmuts op en een glimlach breed,
want de Roerdompstraat? Daar wonen is één groot feest!
Burendag 27 september 2025



Geef een reactie